Q-monitor: Professionaliseringsactiviteiten voor verbetering vatbaar. Waar blijft hechting?

Volgens de kwaliteitsmonitor scoort de Nederlandse kinderopvang voldoende tot goed. Dat is goed nieuws en een mooie opsteker voor al die mensen die met hart en ziel hun werk doen.

De onderzoekers van de kwaliteitsmonitor concludeerden ook dat het aanbod van professionaliseringsactiviteiten, zoals cursussen en coaching, voor verbetering vatbaar zijn. Ik begrijp dat. Je hoeft slechts een blik te werpen op de doelstellingen waaraan scholing voor 0-jarigen moet voldoen om geregistreerd te worden als IKK-scholing, om die conclusie te ondersteunen.

Het is ongelofelijk dat de doelstellingen, die enkel gericht zijn op ontwikkelen van kennis en vaardigheden, gekozen zijn t.b.v. een kwaliteitsimpuls voor baby-opvang. Het zijn doelstellingen die iedere pm-er al tijdens zijn basisopleiding zou moeten hebben behaald. Nog steeds begrijp ik niet hoe het mogelijk is dat het woord ‘gehechtheidsontwikkeling’ volledig ontbreekt in de doelstellingen.

Al jaren is uit onderzoek bekend wat het belang van een kwalitatief goede hechtingsrelatie voor de totale ontwikkeling van het kind betekent. Kinderen zijn minder ziek, hebben meer veerkracht, betere sociale vaardigheden, betere schoolresultaten, minder externaliserend gedrag en minder internaliserende problematiek. Kortom: een veilige gehechtheid heeft een positieve invloed op het totale fysiek en psychisch welbevinden. Het belang van het ondersteunen van een positieve gehechtheid is allang overgenomen door onder andere de geboortezorg en jeugdzorg. Waarom dan niet door kinderopvang?

In het derde kwartaal van 2018 bezochten zo’n 782.000 kinderen de kinderopvang. Uitgezonderd de kinderen die een gastouder bezoeken is de IKK dus bedoeld voor het vergroten van de kwaliteit van Kinderopvang voor 668.000 kinderen in ons land. Het NJI gaat er vanuit dat tussen de 60 en 70 procent van alle gezonde, thuiswonende kinderen in de leeftijd van 1 tot 12 jaar, een veilige gehechtheidsrelatie heeft met hun ouders. Echter, tussen de 30 en 40 procent van alle gezonde, thuiswonende kinderen is onveilig gehecht. Dat betekent dat we waarschijnlijk te maken hebben met 267.000 onveilige gehechte kinderen die de kinderopvang bezoeken.

Als we spreken over ‘kinderopvang als vak’ en het vergroten van kwaliteit van kinderopvang, dan betekent dat m.i. dat het thema ‘gehechtheidsontwikkeling’ bovenaan de agenda moet komen te staan. In de doelstellingen van iedere training, cursus of opleiding moet de focus liggen op hechting. Kinderopvangorganisaties passen hun visie op het kind aan en screenen elke ingekochte scholing op de aanwezigheid van het onderwerp hechting. Pedagogisch medewerkers hebben namelijk scholing nodig die hun inzicht geeft in het belang van hun functie voor de hechtingsontwikkeling van het kind en hen helpt hechtingsgeoriënteerde interactie vaardigheden toe te passen. Pas dan kunnen we spreken over een verbetering in het het aanbod van professionaliseringsactiviteiten en bereiken we de kwaliteit van opvang waar we allemaal voor staan.

De 6-daagse scholing die wij reeds 3 jaar aanbieden onder de noemer ‘deBabyspecialist in Kinderopvang’ is een van de zwaarsten in zijn soort. Het ondersteunen van de gehechtheidsontwikkeling van de baby en zijn ouders loopt hier als een rode draad doorheen. We werken samen met kinderopvangorganisaties die hun maatschappelijk belang voorop stellen en bereiken hier prachtige resultaten.

Opleiding is slechts een middel tot verbetering, echte kwaliteit zit in een goede visie die wordt gedragen door de hele organisatie. En wat mij betreft gaat elke visie op het jonge kind in de kern over Gehechtheidsontwikkeling.